Tweestromengemeente Heerewaarden Rossum  Hurwenen

 

"Op een mooie avond heet de toekomst verleden tijd. Dan draait men  zich om en kijkt men terug op zijn jeugd."                  
Louis Aragon 

150 JOAR URGENISTE en veurzangers  IN HERREWAORE

Op een zondag in de tweede wereldoorlog dendert een Duitse V1 door het luchtruim boven Heerewaarden. Ds Metz vond het veiliger de kerkdienst te staken. Willem Brinkman, de organist, weigerde te stoppen en bulkte  “dan zal erst dun hoan op ut klevier motte valle, eerder stop ik nie mi speule.”  

Willem  Brinkman

Er werd (toen) niet gestopt. Of het voorval op waarheid berust, zal wel in de nevelen van de geschiedenis gehuld blijven. Getuigen zijn er niet meer. Zeker is dat de Nederlands Hervormde Kerk, letterlijk en figuurlijk, de laatste eeuwen een centrale plaats heeft ingenomen in het dorp. Daarbij hebben naast het orgel organisten, voorzangers, orgeltrappers en anderen die met de muzikale aspecten in de kerk te maken hadden, een cruciale rol gespeeld. Zij hebben met hun persoonlijke talenten in de loop der tijd een bijdrage geleverd aan de geschiedenis van het dorp. Passie, intriges en andere menselijke (on)hebbelijkheden hebben daarin hun rol gespeeld.

DE VOORZANGERS

Na de reformatie had in de Lutherse kerk de  voorzanger de algehele muzikale leiding tijdens de godsdienst-oefening. Calvijn was een tegenstander van orgelbegeleiding. Eenstemmig en dan vooral berijmd zingen van psalmen zonder iedere vorm van poespas paste in zijn opvattingen. Vele kerken, waaronder die in Heerewaarden, maakten desalniettemin gebruik van de muzikale talenten van een voorzanger.

Zo verschijnt op twintig december 1798 een advertentie in de Opregte Haarlemse Courant:

“De posten van Fransch Kost School Houder, Schoolmeester en Voorzanger  te Heerewaarden zyn  komen te vaceren op een fortabel tractement. Zo worden diegeenen die daartoe geneegen zyn en de vereischte bekwaamheid hebben, van goede attestatien voorzien zyn en behoorlijk bewys van hun civisme kunnen produceeren, daartoe uitgenodigt hunne gaaven te laten zien en op maandag den 31-en december.” Wie op dat moment het ambt gaat vervullen vertelt de geschiedenis niet.

Er wordt op 30 oktober 1818  een vacature gesteld bij het 7e School District der Prov. Gelderland, waarbij kandidaten verzocht wordt te solliciteren “in persoon  of door vracht-vrije brieven aan te geven ter secretarij van het Schout-Ambt Rossum bij den heer vanderHeyden en bij den Pred.  J de Gids te Heerewaarden. Het inkomen is behalve “eene goede woning voor het houden van Kost-Kinderen en eenen goede tuin” een bedrag dat berekend kan worden op f 245 per jaar.   

Op 3 februari 1819 wordt J. Tamson, vermoedelijk afkomstig uit Varik, benoemd tot schoolmeester, koster, voorlezer, voorzanger en doodgraver te Heerewaarden. Destijds was het dorp verenigd met Rossum. Of we hier te maken hebben met een enorme volhouder of dat de informatie in de archieven onvolledig is blijft in het ongewisse. Vermoedelijk het laatste. Pas 60 jaar later In het jaar 1878 wordt B. Kranen aangesteld als “ondermeester” te Heerewaarden. Hij haalt zich de woede van de burgemeester op de  hals door in regionale blaadjes kritische stukjes te schrijven die op zijn zachtst gezegd niet positief zijn voor het gemeentebestuur. De toenmalige bovenmeester was ook voorzanger in de Ned Herv Kerk en liet dit over aan Kranen maar dan wel onbezoldigd. Het geld stak hij zelf in de zak. De kerk besloot daarop Kranen voorzanger te maken. Dit zette kwaad bloed bij de omgeving.

 

Berend Kranen en echtgenote

Het dagelijks bestuur der school, daarbij gesteund door het hoofd, deed er samen met de burgemeester via een leugenachtige hetze en valse beschuldigingen alles aan Kranen het ambt niet te gunnen. De zaak werd uiteindelijk gebracht tot aan de Raad van State. In 1882 is er duidelijkheid: “Gedeputeerde Staten hebben aan den Heer B Kranen, onderwijzer te Heerewaarden, bij beschikking van 21 maart jongstleden, vergunning verleend de bediening van voorzanger en voorlezer in de kerk aldaar gelijk met zijn onderwijsambt aan te nemen.”

Aan het eind van de jaren 20 van de vorige eeuw is Hendrik Biesters de nieuwe voorzanger. Hij heeft muzikaal onderricht genoten van de organist Appel. “Van dun Appel” zoals Biesters zelf altijd zei. Biesters kende naar eigen zeggen alle psalmen uit het hoofd. Hij vervult deze functie tot eind jaren dertig en wordt daarmee de (voorlopig) laatste voorzanger uit Heerewaarden.

Hendrik Biesters

HET LEICHEL-ORGEL EN  ZIJN ORGANISTEN

In het begin van 1899 kondigt de vaste organist Thomas van Meurs aan dat hij naar elders vertrekt. Daarop wordt in de vergadering van Kerkvoogden en Notabelen in de vergadering van 3 februari besloten een vacature te stellen in de Nieuwe Tielsche Courant, bij de boekhandel A. van Loon en bij uitgeverij Gebr. Campagne, beiden te Tiel. Overigens is in die tijd dan al regelmatig waarnemend organist Willem Brinkman, in Heerewaarden en verre omtrek beter bekend als Willemke de Smid. Hij had les van de Tielse organist mijnheer Baart die samen met hem de “preludiums van de psalmen” opgeschreven heeft “in un buukske”

De vergadering van kerkvoogden op 28 februari 1899 is ‘s-avonds om zeven uur in de kerkekamer. Aan de orde is de benoeming van een organist. Besloten wordt voorlopig de functionaris voor een jaar te benoemen. Uit de ingekomen sollicitaties wordt benoemd de heer Marinus Sypke Appel, onderwijzer te Opijnen, later Varik, met 2 van de 3 stemmen. Deze Appel was vanaf de overkant door de liefde gedreven naar Heerewaarden gekomen en later gehuwd met Wilhelmina van Balgoijen, onderwijzeres (1892-1899) ter plaatse.

 

 

 

 

 

 

 

Marinus Sypke Appel

In de vergadering van juni 1899 wordt geconstateerd dat de toestand van het orgel slecht is. Een reparatie is noodzakelijk. De offerte van de bekende orgelbouwer van Dam uit Leeuwarden op 27 september van dat jaar wordt te duur bevonden. Ook is het twijfelachtig of de beschreven reparatie afdoende zal zijn. Derhalve wordt een advertentie geplaatst in de landelijke bladen zoals het “Nieuws van de Dag.” Tevens wordt het oude orgel te koop gezet.

In dezelfde bijeenkomst wordt het salaris voor de organist, inclusief de orgeltrapper, vastgesteld op f 150 per jaar. De voorzanger wordt apart betaald. Het orgel zal worden gebouwd door de firma Leichel en zonen uit Arnhem.  

Op de 26e oktober 1900 is de officiële ingebruikname. Tijdens de dienst betoogde eerwaarde ds. Verkouw dat men het innerlijke, nl. het ware, als de hoofdzaak moet blijven beschouwen. ”Bij afwisseling deed onze bekwame organist, de heer M. S. Appel het orgel zijne welluidende toonen horen, ter begeleiding van zeer gepaste psalmen en gezangen. Eere aan de fabrikanten, de heren Leichel en zonen te Arnhem, aan wie het werk werd toevertrouwd. Des namiddags gaf de heer Appel een orgelconcert, waarbij Z. Ed, behalve verschillende volksliederen o.a. speelde: Chopin March funebre, de Hochzeitsmarsch en Lieder ohne worte. Bij deze brengen wij hem, voor zijn verdienstelijk en gevoelvol spel, onze hartelijken dank. Ook een woord van lof aan den schilder, de heer M. C. van Lubeck uit Dreumel, die het orgel zulk een eenvoudig en schoon uiterlijk gegeven heeft. Zoo is dan onze gemeente weer, na ene ontstentenis van vijf maanden, in het bezit van een sierlijk orgel. Het kerkbestuur dat zoo zorgzaam en onbekrompen in de behoefte voorzag komt natuurlijk het allermeest de innigste dank der ingezetenen daarvoor toe.“

Door de notabel G. Groenendaal wordt in de vergadering op 4 juni 1910 gewezen op de wenschelijkheid aan den organist, den heer Appel, in overweging te geven zijn ontslag in te zenden als organist.” Hij zou dit alleszins billijk achten nu een inwoner voor genoemd ambt bekwaam is. Nergens wordt helaas vermeld wie dat zou kunnen zijn. De president-kerkvoogd doet de toezegging de zaak te overwegen. Of dit is besproken met Appel is onduidelijk, hij heeft zich er in ieder geval niet veel van aangetrokken. Hij blijft nog lange tijd aan en krijgt op eigen verzoek eervol ontslag in 1927 en wordt dan opgevolgd door Jan Goossen de Jong. Deze is dan 24 jaar oud. Hij is woonachtig aan den Huizendijk en daar timmerman. Voor het bedrag van f 360 bouwt hij een muziektent voor Heerewaarden. 

Ads Kosters (l) en Jan Goossen de Jong (r)

Deze wordt gebruikt door Harmonie Concordia die in 1922 wordt opgericht mede op initiatief  van een andere organist A.H. Kosters, beter bekend als Ads den Bakker. Later heeft Kosters furore gemaakt als organist, (in episoden gedurende ruim 40 jaar), als 2e dirigent van Concordia en ook nog jarenlang als dirigent van het zangkoor in de kerk. Als organist is hij in 1971 gestopt.

De Jong en Kosters waren beiden, in verschillende periodes uiteraard, onder-dirigent van Concordia. De volgens de overlevering bijzonder getalenteerde de Jong overlijdt helaas plotseling op zijn 28e.

Begin oktober 1931 wordt Willem Brinkman benoemd tot vaste organist als opvolger van Jan de Jong. Echter de 9e october kwam bij de kerkeraad het schrijven van de kerkvoogdij over de benoeming tot organist van een broer van een der kerkvoogden, Brinkman. ”De voorzitter van den kerkeraad antwoordde dat deze benoeming onwettig was daar den kerkeraad in de benoeming gekend had moeten worden en omdat niet bewezen was dat de benoemde van de sollicitanten de beste was. De secretaris kerkvoogd antwoordde dat hij den benoemde lastgegeven had in de godsdienst oefening van 10 oktober op zijn post te zijn. De voorzitter van de kerkeraad antwoordde dat hij mocht spelen als hij daar lust in had maar niet hoefde te rekenen op medewerking van de kerkeraad. Het bleek hem zonneklaar dat de man niet voor zijn taak berekend was. Zijn spel werkt de stichting van de gemeente niet in de hand.”
Hierop verzocht  predikant Schop aan W. Brinkman niet meer te spelen tijdens de godsdienst- oefening, aan welk verzoek hij heeft voldaan.

De courant, het Nieuws van de Dag vermeldt: “In de Ned Hervormde Gemeente te Heerewaarden bestaat een gespannen betrekking tusschen de kerkvoogdij en de kerkeraad, die thans tot uitbarsting is gekomen. In de kerkeraadsvergadering van 6 dezer, zijn een drietal kerkvoogden DJT ,CHB en JHGK van het lidmaatschap der hervormde kerk vervallen verklaard, (evenals de organist). Als feiten genoemd: de kerkvoogden zijn in gebreke gebleven het verschuldigde quotum en de bijdrage aan de Centrale  voor de Predikantstractementen over 1931 te betalen; de Kerkvoogden hebben in strijd met artikel 1 van het reglement de predikantstractementen en in strijd met vroegere beloften het predikantstractement tot ver beneden het vereischte minimum verlaagd en zich daarbij op een noodtoestand beroepen, die niet aanwezig is daar toch in deze gegoede gemeente nog in het geheel geen hoofdelijke omslag onder de leden der Herv. Kerk geheven wordt. Kerkvoogden hebben buiten den kerkeraad om een organist benoemd terwijl het reglement voorschrijft dat eerst de kerkeraad gehoord moet zijn; in strijd met de kerkelijke reglementen kennen de kerkvoogden zichzelf een salaris toe; kerkvoogden hebben in openbare strijd met de geest en  de beginselen der belijdenis gehandeld. Als overige reden,die tot dezen drastischen maatregel heeft geleid,wordt genoemd:schuldig aan verstoring van orde en rust. Op grond van genoemde feiten heeft de kerkeraad zonder voorafgaande schorsing bovengenoemd uiterst tuchtmiddel toegepast. Of dit tuchtmiddel indien het bekrachtigd wordt ertoe zal leiden dat genoemde kerkvoogden hun ambt als kerkvoogd neerleggen, moet worden afgewacht.”

Brinkman is uiteindelijk samen met de legendarische orgeltrapper Ruth Lam verantwoordelijk geweest voor de muzikale begeleiding van de diensten over een periode van om en nabij vijftig jaar. Tot aan de invoering van de elektrische aandrijving van het orgel in de jaren vijftig was een orgeltrapper onmisbaar. In een vergadering van kerkvoogden en notabelen in 1904 wordt het salaris voor de orgeltrapper bepaald op f 25 per jaar.

Ruth Lam

Na 1947 is D.M. (Dick) Ton tot eind jaren zestig organist in combinatie met A.H. (Ads) Kosters. De bijzonder veelzijdige musicus Ton, die bij Concordia o.a. trompet en klarinet blies, onderdirigent en dirigent was, werd opgeleid door Parren die Concordia dirigeerde van 1927-1967. 

 

Dick Ton

Vanaf 1971 zijn Gerrit Wijgerse en Henk Uijterlinde de vaste organisten in Heerewaarden. Gerrit heeft aanvankelijk thuis op het harmonium het spel geleerd en kreeg later les op het klooster in Megen. Wijgerse heeft daarnaast meer dan zestig jaar op plaatsen in de Bommelerwaard en Maas en Waal het ambt van organist bekleed. Tot in de jaren vijftig  moest er altijd een broer van hem mee om te “pompen”. Tijdens de oliecrisis had Wijgerse van overheidswege toestemming om auto te rijden en ds. Klinkhamer genoot als passagier met hem van dit privilege. 

Gerrit Wijgerse

Henk Uyterlinde, uit een muzikaal onderwijzersgezin met nog meer organisten, was dat in  de jaren vijftig te Dreumel, waar hij ook zijn vrouw ontmoette die daar op dat moment orgeltrapper was. Later heeft hij samen vanaf 1971 met Wijgerse tot in de eerste jaren van de 21e eeuw een team gevormd.

Henk Uyterlinde

De ingrijpende maatschappelijke veranderingen van de laatste decennia hebben tot gevolg gehad dat het dorp het dorp niet meer is. Zat de kerk in de jaren zestig nog regelmatig vol, dat is in de huidige tijd wel anders. Nu er sprake is van een fusie met de buurgemeente zal op zondag het kerkgebouw aan de Hogestraat met grote regelmaat leeg zijn. Het is maar de vraag of er zich ooit nog een gelegenheid zal voordoen dezelfde beschouwing over de dan afgelopen eeuw te kunnen maken. Wij wachten af.

FUSIE EN CONFESSIE GEEFT CONFUSIE.   

Jan van Niekerk                 

mede namens het orgelcomité                 

J. Vuijk,    G. Amsing,  G. Lam en  P. Reesink

 


voorheen Hervormde Kerk Heerewaarden